1. Inleiding
’Klompendans door de porseleinkast.’ Zo kopte het Nieuwsblad van het Noorden op 9 februari 1987 naar aanleiding van het overlijden van Hendrik Koekoek, ooit voorman van de Boerenpartij (BP). Uit de necrologie blijkt hoezeer ‘Boer’ Koekoek en de Boerenpartij met elkaar verbonden waren. Koekoek richtte de partij in 1958 op uit onvrede over de ‘Landbouwschap’, een overlegorgaan dat in het leven was geroepen door de overheid en dat bindende akkoorden voor de gehele landbouw op kon leggen. Van 1963 tot 1981 zat Koekoek in de Tweede Kamer.
De necrologie laat ook zien hoe er, zes jaar nadat de partijleider de politiek had verlaten, tegen de ‘onschuldige’ Boerenpartij aangekeken werd. De BP was het ‘klassieke voorbeeld van de vergaarbak van proteststemmers’ en Koekoek vertegenwoordigde het ‘laatste stukje folklore in de vaderlandse politiek’. Met de dood van Koekoek was ‘Nederland een fenomeen armer’.[1]
Maar de vraag is of het hier slechts om een ‘klompendans’ van een ‘anti-held’ ging. A.T.J. Nooij beschrijft in zijn monografie over Boerenpartij-sympathisanten dat de partij als de eerste die na de Tweede Wereldoorlog een succesvolle magneetfunctie weet te vervullen voor voorstanders van radicale, rechtse politiek.[2] Ook wordt de Boerenpartij genoemd in diverse literatuur over naoorlogs rechts-extremisme.
Deze tegenstrijdigheid heeft mijn interesse gewekt voor de Boerenpartij. In dit werkstuk voor de cursus Geschiedenis der Nederlanden wil ik de volgende vraagstelling onderzoeken:
In hoeverre had de Boerenpartij een extreem-rechts karakter?
Deze vraag zit verwerkt in de titel van het werkstuk: De Boerenpartij, een Koekoeks-clan? Dit is natuurlijk een woordspeling met betrekking tot de extreem-rechtse, terroristische Ku-Klux-Clan uit de Verenigde Staten, die ik overigens niet in verband zal brengen met de BP.
Om een oordeel over de Boerenpartij te geven wil ik ook nagaan hoe belangrijk deze extreemrechtse eigenschappen waren voor de partij zelf. Daarnaast zijn er een paar deelvragen die voor het onderzoek van belang zijn. Deze vragen zal ik hieronder behandelen aan de hand van de hoofdstukindeling van het werkstuk.
In het eerste hoofdstuk wil ik een duidelijk beeld krijgen van wat verschillende wetenschappers onder de term extreem-rechts verstaan. Met die kennis wil ik mijn eigen criteria vaststellen.
In het tweede hoofdstuk schets ik in het kort de geschiedenis van de Boerenpartij. Vervolgens zal ik mijn criteria over rechts-extremisme toepassen op de ideeën waarmee de BP naar buiten trad. Verder ga ik in op de oorzaken van het succes van de Boerenpartij en maak ik nog een korte vergelijking met andere extreemrechtse partijen uit Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. Met deze resultaten probeer ik mijn vraagstelling te beantwoorden in de conclusie.
Om tot een afbakening te komen: het werkstuk richt zich dus op de extreem-rechtse eigenschappen van de Boerenpartij, die bestond van 1958 en 1981. Omdat het gaat om een relatief klein onderzoek gebruik ik vrijwel alleen secundaire bronnen. Vanuit deze literatuur probeer ik een analyse te maken over de BP.
Tot slot, de termen ‘Boerenpartij’ en ‘BP’ gebruik ik door elkaar. Dit doe ik om het lezen te veraangenamen.


<< Home