Friday, July 28, 2006

2.2 Mijn criteria

De vorige paragraaf heeft laten zien dat er talloze factoren zijn die rechts-extremisme kunnen typeren. Maar de paragraaf toont ook dat de wetenschappers die ik behandeld heb het vaak met elkaar eens zijn, maar er toch vaak een andere terminologie op na houden. Ik zal nu de overeenstemmende factoren uit de vorige paragraaf destilleren en omvormen tot mijn criteria.
Ik vind het een goede methode van Nooij om eerst na te gaan of een partij rechts dan wel links is. Zijn drie vragen, die daar een antwoord op moeten geven, komen mijn inziens allen op hetzelfde neer: hoe sterk moet de rol van de overheid zijn binnen de samenleving, op sociaal-economisch gebied.
De diverse extreem-rechtse kenmerken heb ik geordend in een zestal begrippen, waarvan ik de eerste drie een stuk belangrijker acht dan de laatste drie. De eerste drie begrippen zijn de belangrijkste aspecten van wat onder rechts-extremisme wordt verstaan.

A. Nationalisme. Zoals Van Donselaar het omzichtig omschreef: ‘een sterke oriëntatie op het eigene’.[1] Hierbij moet worden opgemerkt dat ook een niet-extreem-rechtse partij een nationalistische houding kan hebben. Maar een krachtig nationalisme, ook wel ultra- of hyper-nationalisme genoemd, is wel typisch voor rechts-extremisme.
B. Racisme. Dit begrip sluit aan bij het nationalisme. Hiermee doel ik op de anti-immigrantenpolitiek, het afkeer tegen het vreemde, voortkomend uit etnocentrisme.

C. Radicalisme. Onder deze factor schaar ik alle ‘anti’s’, zoals anti-parlementarisme, anti-socialisme, anti-individualisme en anti-liberalisme. Vaak spreken deze anti’s elkaar tegen, maar de samenhang zit in het woord anti. Het gaat om het afzetten tegen het bestaande politieke systeem.
D. Genealogische benaderingswijze. Voor dit punt houd ik de bewoording van Van Donselaar aan. Deze benaderingswijze richt zich op personen die eerder extreem-rechtse sympathieën toonden en zich nu aansluiten bij een partij met ‘vage contouren’.[2] Deze partij is in eerste instantie niet gemakkelijk als extreem-rechts aan te duiden, maar wel als gekeken wordt naar dergelijke personen die lid zijn geworden.
E. Populisme. Hier gaat het om de uiterlijke kenmerken van de partij en hoe de partij zich naar buiten toe opstelt. Dit gaat vaak gepaard met simplistische taal en veel emotie. Dit begrip sluit sterk aan bij C, het radicalisme.
F. Bauerntum-ideologie. Deze ideologie, de verheerlijking van het plattelandsleven, is een klassiek kenmerk van rechts-extremisme.

Ik ben me er terdege van bewust dat aan deze criteria heel wat haken en ogen zitten. Maar vanwege de geringe omvang van dit onderzoek ben ik van mening dat dit lijstje de beste manier is om het begrip extreem-rechts af te bakenen, zo goed als het kan.





[1] Donselaar Van, Fout na de oorlog (Leiden 1991) 22

[2] Donselaar Van, Fout na de oorlog (Leiden 1991) 23