Friday, July 28, 2006

3. De Boerenpartij, 3.1 Schets van de partij

De partij die ik wil toetsen aan mijn criteria van extreem-rechts, is de Boerenpartij. In deze paragraaf zal ik in het kort ingaan op de geschiedenis van deze opmerkelijke politieke partij.
De Boerenpartij begint en eindigt met Hendrik Koekoek, geboren in 1912 te Hoogeveen. Hij is de oudste jongen uit een groot boerengezin en werkt van jongs af aan mee op het pluimveebedrijf van zijn vader in Hollandscheveld. De militaire dienst betekent een breuk met dit rustige maar saaie leventje. Nadien kan hij thuis zijn draai niet goed meer vinden en zwerft een tijdland als landarbeider van boer naar boer. Tijdens de mobilisatie van 1939 wordt Koekoek gelegerd in Wageningen. Na de Duitse inval doorstaat hij zonder kleerscheuren de gevechten bij de Grebbeberg. In de oorlog zit hij gedurende zeven maanden gevangen in Scheveningen. Over de precieze redenen lopen de meningen uiteen. Koekoek zelf heeft verklaard dat hij (terecht) werd verdacht van
sabotage van bezettingsmaatregelen; anderen beweren echter dat hij vastzat vanwege zwarte handel.[1] In 1942 trouwt hij met de boerendochter Doortje van Zetten. Zij kopen een boerderijtje bij Bennekom, waar Koekoek na de oorlog het secretariaat van de plaatselijke afdeling van de CHU bekleedde.[2]
Koekoek is een felle tegenstander van overheidsbemoeienis en ambtelijk dirigisme met betrekking tot de landbouw. Met name het in 1954 door de overheid ingevoerde ‘Landbouwschap’ frustreert hem. Om iets te zeggen over dit Landbouwschap, moet ik eerst uitleg geven over de complexe situatie van de landbouw vlak
na de oorlog. Er is dan binnen deze sector sprake van een snel stijgende productiviteit. Dit komt door steeds verder ontwikkelde productiefactoren, zoals verbeterde onkruidbestrijdingsmiddelen. Het probleem is echter dat de vraag naar landbouwproducten niet groeit. Er ontstaat een overschotmarkt waardoor producten niet tegen lonende prijzen kunnen worden afgezet. De overheid probeert dit probleem op te lossen door de landbouwsector subsidies te geven, zodat boeren de ongunstige marktpositie niet merken in hun inkomen en de bedrijfstak zich kan ontwikkelen. Hier speelt ook de concurrentiestrijd met andere Europese landen een rol. Dit beleid heeft echter een keerzijde. Kleine boeren met lage inkomens, die geen mogelijkheid hebben om te groeien, worden gestimuleerd hun bedrijf te beëindigen. Volgens Nooij, die uitgebreid over deze problematiek heeft geschreven, is er steeds een spanningsveld aanwezig van overwegingen van nationaal-economische aard en bezorgdheid om de inkomenspositie van de boeren. Daarbij kiest de regering eerder voor de overwegingen dan voor de bezorgdheid.[3]
Het Landbouwschap, evenals diens voorloper ‘Stichting van de Landbouw’ (1945-1954), is een belangrijke factor binnen dit regeringsbeleid. Het is een overlegorgaan dat de prijzen bepaalde voor melk en graan en de boerenbelangen behartigde bij streekplannen, wegenaanleg en de waterschappen. De boeren moesten hiervoor heffing betalen.[4]
Koekoek keert zich tegen dit beleid door in 1946 voorzitter te worden van de ‘Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de Landbouw’ (BVL). In 1956, als Koekoek heeft gebroken met de CHU, gaat hij de politiek in. Hij sluit zich aan bij de Nederlandse Oppositie Unie (NOU), een beweging van allerlei rechtse en extreem-rechtse partijtjes. De NOU behaalt echter een lage score bij de kamerverkiezingen en in 1958 richt Koekoek zijn eigen partij op: de Boerenpartij. Hierbij is hij geïnspireerd door een succesvolle boerenpartij uit Denemarken.[5]
De Boerenpartij is in eerste instantie vooral een one-issue-partij. Ze komt op voor de kleine boeren. Tussen 1958 en 1962 is de BP in electoraal opzicht weinig succesvol. Dit verandert in 1962 wanneer Koekoek een zetel krijgt in de Provinciale Staten van Gelderland, maar vooral in 1963 wanneer de partij bij kamerverkiezingen maar liefst 2,1 procent van de stemmen haalt. Hierdoor krijgt de Boerenpartij drie zetels in de Tweede Kamer.

Verschillende auteurs die over de BP hebben geschreven, zien vooral de gebeurtenissen van maart 1963 in Hollandscheveld als oorzaak van het succes. Hierbij werd een aantal boeren, dat geweigerd had de heffing voor het Landbouwschap te betalen, via een gerechtelijke procedure uit hun bedrijf gezet. Dit leidde tot een heftige confrontatie tussen de ‘vrije boeren’ en de Landbouwschap. Een boerderij werd ’s nachts in brand gestoken en de politie gebruikte karabijnen en het ‘blanke sabel’ om de honderden opstandige boeren, die uit de wijde omtrek naar Hollandscheveld waren getrokken, in toom te houden. Koekoek speelde hierbij een belangrijke leidersrol die door de media werd aangedikt.[6] Verderop in dit werkstuk zal ik de oorzaken van dit succes nader behandelen.

De opmars gaat verder. In 1966 haalt de BP 6,7 procent van de stemmen bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten en 8,8 procent bij de gemeenteraads-verkiezingen in hetzelfde jaar. In 1967 is er echter sprake van een ommezwaai. Bij de kamerverkiezingen kiest 4,7 procent van de kiezers voor de BP. Dit neemt niet weg dat de partij vier zetels wint en daarmee op zeven komt.
De reden dat de partij minder stemmen trekt, heeft volgens de diverse auteurs alles te maken met de Adams-affaire. In 1966 krijgt Ir. Hendrik Adams, een BP’er van het eerste uur, tijdens zijn eerste optreden in de Eerste Kamer een vuistslag te verwerken van VVD’er Jan Baas. Baas beschuldigde Adams ervan tijdens de oorlog lid te zijn geweest van de NSB en verklaarde dat hij verschillende keren in conflict was geraakt met Adams. De BP’er blijkt echter nooit lid van de NSB te zijn geweest, maar wel van de NSNAP (Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij). Deze organisatie was nog extremer dan de NSB en ijverde er in de jaren dertig voor dat Nederland een deel van ‘Groot-Duitsland’ zou worden. Ook komt naar boven dat Adams in de oorlogsjaren brieven ondertekende met ‘Heil Hitler’ en antisemitische artikelen schreef in het tijdschrift De Misthoorn. Ondanks deze onthullingen houdt Koekoek Adams de hand boven het hoofd. Uiteindelijk, ruim drie maanden na het begin van de affaire, besluit Adams zelf ermee te stoppen.[7] De populariteit van de partij is dan flink geslonken en ook binnen de partij rommelt het.
Verderop in dit werkstuk zal ik ook de oorzaken nader bespreken van de neergang van de partij, in dezelfde paragraaf die de oorzaken van het succes behandelen. Hierbij zal ik aandachtig bestuderen of deze oorzaken iets te maken hebben met de extreem-rechtse eigenschappen van de partij.

De neergang zet zich voort. In 1968 breekt de partij in tweeën en vormt het grootste deel de nieuwe partij Binding Rechts, die echter nauwelijks van de grond komt. Na de kamerverkiezingen van 1971 blijkt alleen Koekoek in de kamer. In 1973 volgt een licht herstel, met winst van twee zetels, maar in 1977 is het opnieuw Koekoek die alleen overblijft. Deze zetel verliest hij in 1981, na een mislukte poging de partij via naamsverandering (Rechtse Volkspartij) te redden. Hiermee eindigt Koekoek’s politieke carrière en tevens de geschiedenis van de Boerenpartij.[8]



[1] Donselaar Van, Fout na de oorlog (Leiden 1991) 122

[2] Bouwman, ‘En ze moest’n mij ook volkomen gelijk gev’n’, Nederlands Dagblad (2 maart 2002)

[3] Nooij, De Boerenpartij (Meppel 1969) 22

[4] Bouwman, ‘En ze moest’n me volkomen gelijk gev’n’, Nederlands Dagblad (2 maart 2002)

[5] Donselaar Van, Fout na de oorlog (Leiden 1991) 122

[6] Westerhof, ‘De Vrije Boer slaat van zich af’, Volkskrant (25 februari 1993)

[7] Pam, ‘Partij zonder politici’, NRC (11 april 1981)

[8] Donselaar Van, Fout na de oorlog (Leiden 1991) 123 -124